Na ruim 46 jaar trouwe dienst nam Hugo van Rooijen onlangs afscheid als bedrijfsverzorger bij AB Werkt. Een uitzonderlijk lange loopbaan, in een vak dat hij door de decennia heen zag veranderen. Hij begon zijn carrière in 1979. Jong, enthousiast en, zoals hij het zelf zegt, “blanco, maar enorm leergierig.” Als 19-jarige aanpakker wist hij toen nog niet dat hij zou uitgroeien tot een van de langst dienende bedrijfsverzorgers van de regio.
“Ze konden bij AB wel iemand gebruiken met grote handen”, vertelt hij met een glimlach. Hij zat nog in de schoolbanken toen hij benaderd werd. Na het afronden van zijn opleiding kon hij direct aan de slag. Op 1 juli 1979 rolde hij het vak van bedrijfsverzorger in. Zonder noemenswaardige ervaring, maar met de praktijk als ultieme leerschool.
Zijn vuurdoop volgde snel. Hugo kon aan de slag op een groot melkveebedrijf waar de boer door een hernia volledig uit de running was. “Er werd toen niet gevraagd of je het kon. Dat is tegenwoordig wel anders. De begeleiding is nu beter. Toentertijd werd je in het diepe gegooid. Ik had het geluk dat de vrouw des huizes op dat eerste adres alles van de koeien wist. Zij heeft me enorm geholpen. Ik was negentien en had opeens een enorme verantwoordelijkheid.”
Die eerste weken zijn achteraf gezien bepalend voor de rest van zijn loopbaan geweest. Altijd meewerken, meedenken én klaarstaan voor melkveehouders die hun onderneming om welke reden dan ook even niet zelf konden runnen.
Decennia aan veranderingen
De eerste twintig jaar bleven de werkzaamheden redelijk constant voor Hugo in zijn rol als bedrijfsverzorger, maar daarna ging het snel. Bedrijfsgroottes namen toe, technieken veranderden en de uitdagingen werden anders. “Het beroep is zoveel veranderd in de loop der jaren. Vroeger bleef je op één adres zolang iemand je nodig had. Soms wel zeven maanden aan een stuk, zeven dagen per week. Je werd opgenomen in het gezin. Je kende de dieren, het bedrijf en de mensen door en door. Je had echt eer van je werk.”
Toen heel normaal, maar in de huidige tijdsgeest niet meer denkbaar. “Tegenwoordig komen er meer verschillende bedrijfsverzorgers op één bedrijf. Dat zorgt ervoor dat je veel beter moet communiceren om het goed over te dragen. Het vaste gezicht is er minder. Dat maakt het anders. Niet slechter, zeker niet, maar het vergt wel iets meer flexibiliteit van alle betrokkenen.”
Hugo bewees in de ruim 46 jaar zich prima aan te kunnen passen. Toen het werk binnen de melkveehouderijen fysiek z’n tol begon te eisen, stapte hij deels over naar andere
taken, waaronder plaagdierbeheersing en werk als vrachtwagenchauffeur voor onder andere Rendac. “Mijn rug begon op te spelen. Gezien mijn lengte en de ondiepe putten van vroeger, was dat geen verrassing. Maar ik wilde blijven werken. Je doet wat nodig is om door te kunnen. Daarin heeft AB altijd heel goed met me meegedacht.”
Heel veel respect
Als bedrijfsverzorger kwam Hugo bij honderden leden over de vloer. Soms een paar dagen, soms maanden aan een stuk. Veel adressen brengen hem nu nog warme herinneringen. Sommigen groeiden zelfs uit tot vriendschappen. “Er waren best veel leden waar ik hulp heb geboden, die de moeite namen om op mijn afscheidsreceptie te komen. Dat zegt genoeg. Je bouwt iets op met elkaar.”
Het werk kende ook lastige momenten. Zo hielp hij bij twee sterfgevallen. “Dat is iets wat je nooit vergeet. Je bent nog jong, maar je kunt op zo’n moment toch iets betekenen voor een familie die het moeilijk heeft. Dat vond ik heel bijzonder. Ik heb heel veel respect voor die gezinnen.”
Onmisbare schakel thuis
In al die jaren mag de rol van Coby, de vrouw van Hugo, zeker niet onderschat worden. Zij maakte het voor hem mogelijk om dag in, dag uit zijn werk te doen. Jarenlang draaide zij het gezin grotendeels alleen, terwijl Hugo zeven dagen per week op pad was. Waar dat tegenwoordig vrijwel ondenkbaar is, was dat in het eerste deel van zijn carrière als bedrijfsverzorger de normaalste zaak van de wereld.
Ze vertelt lachend een anekdote uit de tijd dat Hugo maandenlang op één adres werkte en daar onmisbaar was. “Ik vroeg hem een aantal ochtenden op rij wanneer ik de auto kon gebruiken om boodschappen voor het gezin te doen. Telkens hoorde ik dat het de volgende dag wel zou lukken. Maar net zo vaak had hij hem toch nodig om te gaan melken. Na een paar dagen schepte ik tijdens het middageten ieders bord vol, maar bij Hugo legde ik een portemonnee neer. Hij snapte de hint; er kwam een tweede auto.”
Het altijd klaarstaan voor melkveehouders in zwaar weer zorgde thuis best wel eens voor pittige momenten. “Onze kinderen heb ik zelden tot nooit naar bed gebracht ’s avonds. In het melkvee moet je nu eenmaal ook in het weekend melken. Dat hoorde erbij en was eigenlijk gewoon een gegeven.”
Het was simpelweg een ander tijdperk. “Ik werkte jarenlang zo’n 340 dagen per jaar. Kerst, oud en nieuw, je stond gewoon altijd klaar voor de leden. Ergens is het goed dat die opvatting tegenwoordig behoorlijk veranderd is, maar toen was dat de normaalste zaak van de wereld.”